Door Wiert Wiertsema
De gemeente Hengelo is Nederlands kampioen geworden in het maken van schulden. De netto-schuld bedraagt 7174 euro per inwoner (1 januari 2010). Dat is de hoogste schuld per inwoner van alle Nederlandse gemeenten. Aanvankelijk concurreerde Hengelo met Amsterdam en Borne om de eerste plaats. Beide gemeenten hebben echter een daling ingezet van het schuldniveau. Hengelo daarentegen niet. De situatie is verergerd in 2009 en 2010. Op 31 december 2010 had de gemeente Hengelo een schuld van 647 miljoen euro (inclusief voorzieningen). Een toename van bijna 90 miljoen ten opzichte van een jaar eerder.
Hoe kan zoiets ontstaan?
In de kern is het simpel. Gemeenten kunnen probleemloos geld lenen. Geld dat weinig kost, want voor de bank is uitlenen van geld aan de gemeente zonder risico. Een gemeente gaat immers niet failliet. Hengelo bedient zich graag van de mogelijkheden die er zijn. Het gemeentebestuur gebruikt het geld grotendeels niet zelf, maar sluist het door naar maatschappelijke instellingen die het aanwenden voor het bouwen van woningen, kantoren, buurthuizen, sportvoorzieningen, etc. Al jaren treedt de gemeente Hengelo op als bankier voor de sociale sector.
Gewone banken brengen maatschappelijke instellingen wel hoge rentes in rekening. Dat is niet voor niets. Hoe hoger het risico, des te meer rente de bank vraagt. Hengelo zag hier een braakliggend terrein. Zelf goedkoop geld lenen en dit vervolgens tegen lage rente uitlenen aan sociale instellingen die maatschappelijk nuttig werk doen. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten. De organisaties behalen een rentevoordeel en Hengelo bespaart op het subsidiegeld dat de instellingen ontvangen. Het doorlenen van geld, het was een mooi en nobel idee van de toenmalige bestuurders van de stad.
De gemeentelijke bankiersrol is echter volledig uit de hand gelopen. Zoals zo vaak bij de overheid konden de overheidsdienaren geen maat houden. De statistieken van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) zijn onverbiddelijk. Die bewijzen dat de gemeente Hengelo hard achteruit aan het boeren is. In 2008 bedraagt de netto schuld van de gemeente Hengelo 177% van de exploitatie, terwijl het Nederlands gemiddelde op 87% procent ligt. De schuld bedraagt 92% van het balansvermogen. Ook daarmee staat Hengelo in de top van Nederland. Alleen de gemeenten Haren en ten Boer hebben een (nog) slechter cijfer.
De gevolgen van deze opeenstapeling van schulden zijn groot. Bij langdurig uitlenen van geld speelt het risicovraagstuk een grote rol. Denk bijvoorbeeld aan woningcorporaties. Hengelo heeft hen meer dan 300 miljoen euro uitgeleend. Die corporaties zijn al lang geen sociale instellingen meer, maar bedrijven die winst maken als projectontwikkelaar. Dat ondernemerschap brengt risico’s met zich mee. Elders in het land is het met corporaties lelijk misgegaan. Gebeurt dat in Hengelo, dan staan miljoenen euro’s op het spel. Uiteraard heeft de gemeente een recht van hypotheek gevestigd. Die zekerheid is echter weinig aanlokkelijk. Bij wanbetaling wordt de gemeente opgezadeld met vele duizenden onverkoopbare en verlieslatende woningen. Ander voorbeeld: de gezondheidszorg, een sector die voortdurend onder vuur ligt. Als de regering het eigen risico verhoogt of bepaalde verrichtingen uit het zorgpakket haalt –het zou zomaar kunnen– wordt gaat de omzet in de sector omlaag. Bijvoorbeeld omdat huisartsen minder gebruik maken van het huisartsenlaboratorium. De gemeente heeft zich echter wel garant gesteld voor de financiering van het gebouw om het Gezondheidspark vol te krijgen. Andere risico’s zijn Metropool, dat rente moet betalen voor zijn accommodatie maar de exploitatie nog steeds niet rond krijgt, of de Muziekschool die noodgedwongen zijn tarieven moet verhogen. Als de omzet kleiner wordt, is het spannend of de Muziekschool nog wel aan zijn financiële verplichtingen jegens de gemeente kan voldoen. Voor bezuinigingen op de openbare bibliotheek geldt grosso modo hetzelfde. Als de dienstverlening minder wordt door bezuinigingen, is het de vraag of de gemeente zijn uitgeleende 8 miljoen euro wel zal terug ontvangen, nog los van de jaarlijkse rente die betaald moet worden.
Het is slechts een greep uit de vele risico’s die de gemeente loopt. Een bank die geld uitleent aan sociale instellingen houdt rekening met die risico’s. Als een instelling niet aan zijn verplichtingen voldoet, wordt de klap opgevangen met reserves uit de stroppenpot. Die is met de (extra) renteopbrengst gevuld. Hengelo heeft geen stroppenpot en legt daarmee het bankiersrisico bij de Hengelose belastingbetaler.
Kan de gemeente Hengelo de risico’s opvangen die horen bij een schuld van 647 miljoen? Dat hangt af van de financiële reserves en het grondbezit. De eigen vermogen van de gemeente is de laatste jaren met tientallen miljoenen achteruit gehold en de vrij besteedbare reserve bedraagt per 1 juni 2011 slechts 2,8 miljoen euro. Dat is sowieso veel te weinig voor een gemeente als Hengelo. De algemene reserve staat ook in geen verhouding tot de schuld. Grondverkopen voor de bouw van huizen en bedrijven kan veel geld opleveren. In het accountantsrapport over 2010 merkt de accountant echter op dat de positie van het grondbedrijf ”redelijk zorgelijk” is. Met andere woorden: ook daar ligt geen geld meer op de plank. Daar komt bij dat de ellende van de financiële crisis inmiddels ook Hengelo heeft bereikt. Er moet 15 miljoen euro worden bespaard om de gemeentefinanciën gezond te maken. Als dit lukt, is aan de schuldenproblematiek nog niets gedaan.
De conclusie is dat Hengelo er financieel niet goed voor staat en een zwakke balans heeft. Bij een sterke balans (veel eigen vermogen) mogen de schulden van een gemeente worden weggestreept tegen de vorderingen. Zo verdwijnt het risico boekhoudkundig. De stroppenpot zit dan als het ware in het eigen vermogen ‘verstopt’. Ondanks de zwakke balans van de gemeente Hengelo, worden de schulden en vorderingen nog steeds tegen elkaar weggestreept. Alsof er geen risico’s zijn! Die handelwijze is niet langer te verantwoorden. Daarom moeten geldelijke voorzieningen worden getroffen om de risico’s op te vangen. Het geld is echter op na de laatste daling van het eigen vermogen in 2010 (15 miljoen). Zelfs als B&W anno 2011 geld willen reserveren, is het te laat. Alleen extra bezuinigingen kunnen nog soelaas bieden.
Over de hoogte van de risico’s valt te twisten en daarmee ook over de omvang van de extra bezuinigingen. Om een idee te geven: als commerciële banken geld uitlenen zijn ze gebonden aan een normering voor het eigen vermogen van circa 7% van het balanstotaal. In Hengelo gaat het dan om 49 miljoen euro bovenop de huidige reserves. Maar als we uitgaan van de eis die gold voor de crisis (4%) dan is 28 miljoen euro extra benodigd.
Gelukkig zijn de inwoners niet hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van rente en aflossing. Maar als het mis gaat komt de rekening via tariefsverhogingen, extra belastingen, het sluiten van voorzieningen en verpaupering van de woonomgeving, wel bij hen terecht. Daarom moeten de risico´s worden beëindigd als extra bezuinigingen geen optie zijn. Dit betekent: handelen als een bank in nood. Leningen opzeggen, toezeggingen intrekken en instellingen helpen om hun schulden te herfinancieren. Dan moeten de maatschappelijke organisaties weliswaar meer rente betalen, maar dat is niet anders. Tegenover profijt uit het verleden, komt een flinke bezuiniging te staan. Ook dat zullen de burgers gaan merken.
Het financiële drama dringt niet merkbaar door tot de gemeenteraad van Hengelo. Na het advies van de huisaccountant om de risico’s in beeld te brengen, is het tot dusver stil gebleven. Ondertussen gaan nieuwe leningen of garanties gewoon door, zoals die voor het Huisartsenlaboratorium. Daarom is een “wake up call” dringend noodzakelijk. Laat de gemeenteraad actief worden. Raadsleden, sta niet toe dat Hengelo kampioen schuldenmaker van Nederland is! Realiseert U dat Hengelo met dubbele stip staat genoteerd op een erg fout lijstje. Het is slechts een kwestie van tijd voordat het misgaat.
- Er zijn nog geen reacties op dit artikel -