We lezen in de kranten: In 1957 heerst er bittere armoede, honger en werkloosheid bij de laagstbetaalden. Armenzorg gaat over in een AOW, betaald door de werkenden. De AOW is het symbool van de verzorgingsstaat. In 2007 hebben de laagstbetaalden relatieve armoede met plasma TV en voedselbank. De elite leeft 7 jaar langer en is 17 jaar langer gezond dan de laagstbetaalden. We leven in een welvaartstaat. Om de begroting sluitend te houden voor mensen die gezonder langer leven is de AOW leeftijd verhoogd naar 67 jaar. Voor ouderen en zware beroepen garandeert men passende maatregelen. Het verworven recht, de garantie van 65 jaar, wordt de laagstbetaalden afgenomen. De politiek spreekt voor de elite.
De werkelijkheid is anders. De laagstbetaalden slijten sneller. Leefstijl en gedrag zijn hier de sleutelbegrippen. Vanaf hun 45e jaar raken ze werkeloos en komen niet meer aan de bak. Ze krijgen klachten en ziekten. Wanneer ze 65 jaar zijn heeft 75% een chronische ziekte. Zeker, zonder de elite geen welvaart en geen AOW. De elite, de voorhoede, profiteert heel veel meer van de welvaart dan de achterhoede. De welvaart is doorgeschoten. Hoe gaan we met de achterblijvers om? Nog meer geld verdienen, nog meer welvaart? Of luisteren naar waarom de achterblijvers slijten en hun gedrag beter op de agenda zetten opdat ze hun welzijn beter kunnen sturen?
- Er zijn nog geen reacties op dit artikel -